De Tijd: "Een frietfabriek van 200 miljoen"

Hoeveel mensen hier werken? Hannelore Raes denkt even na en zegt dan: ‘Een’. Een werknemer maakt 25 ton - anderhalve vrachtwagen - diepvriesfrieten per uur. We staan met Raes, de CEO van Agristo, en co-CEO Filip Wallays in wat op de controletoren van een luchthaven lijkt. Een tiental schermen geeft de status van elk deel van de productielijn weer.

Tien meter onder ons zien we een aaneenschakeling van blinkende machines. Aan de ene kant gaan ruwe aardappelen erin, aan de andere komen de pakken frieten eruit: geschild, gewassen, gesneden, voorgebakken en diepgevroren. Alles gebeurt volautomatisch. ‘Dit is de innovatiefste frietfabriek ter wereld’, zegt Wallays fier. Op de hele site - inclusief de loskades en triagehal van de aardappelen en de verpakkingsafdeling - werken 15 mensen per ploeg, in een vijfploegenstelsel.

Half 2016 stonden hier alleen een aantal loodsen van een voormalige fabriek van Unilin, de laminaatproducent die wat verderop een grote site heeft. ‘We waren al een tijdje op zoek naar ruimte om uit te breiden, maar het wilde niet vlotten met de vergunningen in onze thuisbasis Harelbeke. Met deze site van 25 hectare is ruimte geen beperking meer’, lacht Wallays.

Drie voetbalvelden

De ondernemers nemen ons mee naar de gang ernaast. Een doorkijk in de betonnen constructie biedt een blik op een tweede gigantische hal, drie voetbalvelden groot. Ze lijkt groter omdat ze leeg is. Binnen enkele maanden komt er een tweede productielijn, even groot als de eerste. Vanaf dan produceert de fabriek in Wielsbeke elk jaar 200.000 ton diepvriesfrieten, goed voor 160 extra jobs. Dat volume komt boven op de 500.000 ton die de 600 werknemers in de andere drie vestigingen, in Harelbeke, Nazareth en het Nederlandse Tilburg, produceren. Het gaat niet alleen om frieten, maar ook om puree, kroketten en andere aardappelspecialiteiten.

Vooral het immense investeringsbedrag, 200 miljoen euro in drie jaar tijd, spreekt tot de verbeelding. 150 miljoen ging naar de aankoop van het terrein en de bouw van het diepvriesmagazijn, de productiehal en de eerste lijn. Met de resterende 50 miljoen bouwt het bedrijf dit jaar de tweede productielijn in Wielsbeke en investeert het in de andere sites. Er staan 100 vacatures open.

Agristo behoort met een omzet van 350 miljoen euro dan wel tot de wereldwijde top 10 van producenten, 200 miljoen euro blijft een pak geld voor een 100 procent familiebedrijf zonder extern kapitaal. ‘De wereld van de diepvriesaardappelproducten is een kapitaalintensieve business, met hoge volumes en lage marges’, zegt Wallays. ‘Onze producten liggen als huismerk in de rekken van supermarkten in 120 landen. We verkopen een kilo frieten aan 60 cent. Dan moet je omzet draaien. Onze brutobedrijfswinstmarge (ebitda) ligt op 10 tot 12 procent.’

‘Toen we enkele jaren geleden met onze vaders, broers en zus zaten te brainstormen over waar ons familiebedrijf binnen tien of twintig jaar moest staan, kwamen we tot de conclusie dat een groeispurt in de omzet de enige optie was’, zegt Raes. ‘We moesten snel groeien of we zouden niet meer groeien. Onze concurrenten zijn de andere wereldspelers. De komende vijf jaar willen we onze omzet tot 650 miljoen euro verdubbelen. Vandaag hebben we een wereldwijd marktaandeel van 4 procent. Tegen 2023 moet dat 7 procent worden. Alleen zo kunnen we doorstoten tot de top vijf. Onze vaders hebben het bedrijf opgericht, wij willen het groot maken.’

IJslucht

De rondleiding gaat van de productie naar het diepvriesmagazijn, 55.000 paletplaatsen in een witte box van 45 meter hoog. Hier werk niemand meer en dat is maar goed ook. Een ijzige lucht van -20 graden Celsius slaat ons in het gezicht. Tien robotliften stellen de klok rond de bestellingen samen. ‘Pas als een vrachtwagen aankomt, starten ze - tegelijk - met de bestelling’, zegt Wallays. ‘Binnen het halfuur kan een vracht van 20 ton vertrekken. Hetzelfde product ligt op verschillende locaties in het magazijn. Voor mensen klinkt dat onlogisch, maar zo kunnen de robots samen op een halfuur de bestelling klaarmaken.’

De business van Wallays en Raes is al lang veel meer dan frieten snijden en invriezen. ‘Als je het alleen daarvan moet hebben, draai je met verlies. In de volumebusiness komt je marge uit de hele keten: van de aankoop over de logistieke service tot de zoektocht naar innovaties die de klanten appreciëren. Als je voor de grootste supermarkten ter wereld werkt, moet je supplychain perfect afgesteld zijn. De details zijn belangrijk: hoe je je dozen vult of je paletten stapelt.’

‘Doordat we wereldwijd leveren, weten we goed welke nieuwigheden aanslaan en welke niet. We hebben toegang tot het marktonderzoek van alle grote supermarkten. Wat bij één klant werkt, werkt misschien ook bij een klant aan de andere kant van de wereld. Ook een nauwkeurige voorspelling van de oogst en de inschatting van de grondstoffenprijs behoren tot ons metier.’

Diepvriesfrieten zijn een wereldbusiness. Snel groeien en marktaandeel inpalmen is nodig om mee te spelen met grote jongens als het Canadese McCain (30% marktaandeel) en het Amerikaanse Lamb Weston. Andere grote spelers zijn de Nederlanders van Aviko en Farmfrites en het West-Vlaamse Clarebout.

‘We hebben het geluk dat onze markt wereldwijd groeit. Ons product is cultureel neutraal en goedkoper dan vlees of groenten. De verkoop van aardappelproducten groeit elk jaar met 2 procent. Die groei zit vooral in Azië en Afrika. Belgen eten 7 kilo aardappelproducten per persoon per jaar, Amerikanen 15 kilo en Aziaten maar 1,5 kilo.’

‘China en India groeien procentueel sterk, maar hebben een laag startniveau. Daar ligt een enorme groei. Aardappelen hebben een hogere voedingswaarde dan rijst, de teelt is minder arbeidsintensief en ze verbruikt minder water. Door de komst van westerse ketens leren Chinezen en Indiërs snel aardappelproducten kennen. McDonald’s is de perfecte missionaris.’

Bron: De Tijd